top of page

Antwerpen, uw bewoners zijn geen zwerfvuil


Dagelijkse kost buiten het historische stadscentrum van Antwerpen. (Foto’s: Gunther Malin)


Beste Stad

Aan de lichtjes, de kraampjes en de gele nummerplaten te merken, heeft de eindejaarsperiode haar intrede gemaakt in Antwerpen. Behalve de horeca en winkels, maken ook Uw stadsdiensten overuren in de historische binnenstad. Tot het laatste peukje worden de straten er schoongemaakt — de diensten lopen net niet met stoffer en blik achter elke bezoeker aan. Mooi zo. Echter, terwijl de binnenstad baadt in licht en glitter, overzien door een stralende kerstboom, liggen de straten en pleinen buiten het toeristische oog er vervallen, slordig en smerig bij.

Sinds een jaar ben ik gedreven straatvrijwilliger in de Universiteitsbuurt. Elk weekend, behalve bij vakantie of ziekte, ga ik ’s morgensvroeg op pad met enkele rode afvalzakken en m’n handschoenen. Voor mij geen luie ochtenden, stinkend in bed. Nee. Blikjes, flessen, restanten van durums, halfvolle chipsverpakkingen … Alles verdwijnt in de vergetelheid wanneer ik moedig opruim. De buurt ontwaakt steevast met propere pleintjes en straten wanneer ik langsgekomen ben. En ik, ik ben dan trots op hoe m’n buurt erbij ligt. Of was, dan toch. Want sinds deze week gooi ik, alvast even, de handdoek in de ring.

Al ligt de oorzaak van vuile straten bij het individu — voor de oplossing diende ik naar de Stad te kijken

Sinds een jaar heb ik ook contact met de Stad. Met feedback, met meldingen, met ideeën om de leefbaarheid te verhogen. Samen met nog andere onvermoeibare vrijwilligers hebben we intensievere afvalophaling bekomen, ook in het weekend, extra vuilnisbakken, en een extra waakzaam oog voor sluikstort. Onze vele uren werk, talloze mails en telefoontjes hadden eindelijk hun vruchten afgeworpen. Met open geest, en respect, bleef ik het gesprek met U aangaan. Want al ligt de oorzaak van vuile straten bij het individu — voor de oplossing diende ik naar U te kijken.

Bloedende hondenpootjes

Die oplossing was er, toch voor even. De laatste weken, echter, mis ik mijn dagelijkse ontmoeting met de lokale straatveger, want hij lijkt met de winterzon verdwenen. Sluikstort blijft dagenlang staan. Hardnekkig zwerfvuil wordt genegeerd. Elke wandeling in mijn buurt lijkt nu op een cynische escape room: bereik je bestemming zonder koude frieten plakkend onder je schoenzolen, zonder je hond die bloedt door glasscherven of zonder nietsvermoedend bijna je enkel te verzwikken over een verdwaalde plastic fles. Zodra het weekend zich aanbiedt, is het onbegonnen werk voor een vrijwilliger zoals ik.

Vragen aan U, de Stad, over waar de stadsdiensten gebleven zijn, blijven zonder antwoord of komen retour. Dat Uw systemen gehackt zijn, helpt ook niet (“Undeliverable”). Via mail of telefoon worden we van het kastje naar de muur gestuurd. Altijd de verantwoordelijkheid van iemand anders, maar uiteindelijk van niemand. En daar staan we dan, als straatvrijwilliger, als bewoner. De leefbaarheid van de buurt rust ineens op onze schouders, onbezoldigde, goedmenende en vooral moedige burgers.

“We doen het maximale”

Tijdens mijn, en andermans, engagement zag ik meerdere interviews passeren met één van Uw schepenen, Els Van Doesburg. In september ging ze de “uitdaging” aan van enkele dagen tien minuten (ik herhaal: tien minuten) lang zwerfvuil op te ruimen. Ze had niet het gevoel dat Antwerpen vuiler wordt, vond de bemerking dat er te weinig vuilnisbakken zijn “bullshit” en stelde “als 10% van de mensen elke dag tien minuten zwerfvuil zouden oprapen, dan was de stad superproper”. Ten slotte stelde ze ook: “We doen het maximale. Ik zou echt niet weten wat we met de reinigingsdienst nog meer kunnen doen.”


Schepen Els van Doesburg in ‘Gazet Van Antwerpen’.


Laat me daar even bij stilstaan. Allereerst, mocht de schepen ook praten met de duizenden straatvrijwilligers die ze in één zinnetje noemde, dan zou ze mogelijk wat minder stellig geweest zijn. Antwerpen wordt wél vuiler. Er zijn wél te weinig vuilnisbakken — tien op een vierkante meter hier, nul in een hele buurt daar. En het is niét de verantwoordelijkheid van bewoners om de stad op te ruimen. Die realiteit pareren met “Ik weet niet wat we nog meer kunnen doen” is zwak.

Alle middelen gaan momenteel naar de historische binnenstad in functie van windowdressing voor bezoekers. “Kijk eens hoe proper Antwerpen is.”

Ten slotte, om terug te komen op onze buurt — en ongetwijfeld andere — die de laatste weken verwaarloosd wordt. Alle middelen gaan momenteel naar de historische binnenstad in functie van windowdressing voor bezoekers. “Kijk eens hoe proper Antwerpen is.” Ondertussen zwemmen de bewoners net en ver erbuiten in het zwerfvuil, verdrinken straatvrijwilligers in wat niet eens hun taak is en schamen bewoners zich om familie of vrienden uit te nodigen.

Wegwerp

Daarom staak ik. En ik ben niet de enige. De ene na de andere straatvrijwilliger voelt zich in de steek gelaten, niet gewaardeerd en net niet uitgelachen. Met pijn in het hart zie ik hoe onze buurt vervalt in een smerige achterbuurt, waar mensen liever uit wegtrekken dan dat ze er mensen uitnodigen. Dat de Stad mij, en mijn “collega’s”, lijkt te beschouwen als wegwerpartikelen, betekent niet dat we ons ernaar moeten gedragen. Dus los het op, beste Stad.

Genoeg is genoeg. Verdrink maar mee.

58 weergaven3 opmerkingen
bottom of page